1. Voor de particulieren (= natuurlijke personen)
  2. Voor de professionelen (= rechtspersonen)

Voor de RENOLUTION-premies zijn er 3 inkomenscategorieën om het bedrag van uw premie te bepalen, ongeacht of u een gezin of een professional bent:

  • Categorie I: basisinkomens (standaardcatégorie)
  • Categorie II: gemiddelde inkomens
  • Categorie III: lage inkomens

Iedereen die een premie aanvraagt, wordt standaard opgenomen in categorie I en moet geen document over het inkomen voorleggen. De 2 andere inkomenscategorieën (II en III) maken het mogelijk om hogere RENOLUTION-premies te ontvangen. Er wordt op verschillende manieren bepaald of men tot een van deze categorieën behoort, afhankelijk van het type van aanvrager.

1. Voor de particulieren (= natuurlijke personen)

Categorie I = standaardcategorie

  • U voert werken uit aan een woning, maar u wenst geen inkomensgegevens te verstrekken.
  • U voert werken uit aan een niet-residentieel pand (kantoor, handelszaak ...).

Categorie II

  • Uw jaarinkomen (gezamenlijk belastbaar inkomen) ligt tussen 37.600 euro en 75.100 euro*

Categorie III

  • Uw jaarinkomen (gezamenlijk belastbaar inkomen) is lager dan 37.600 euro*.
  • U krijgt een leefloon van het OCMW.
  • U bent begunstigde van een verhoogde tegemoetkoming (VT).
  • U hebt het statuut van beschermde afnemer van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  • U hebt een huurovereenkomst afgesloten met een Sociaal Verhuurkantoor (SVK) als huurder of verhuurder.
  • U verhuurt uw pand en
    • u voert werken uit aan een wooneenheid die wordt verhuurd voor 100%;
    • deze werken komen overeen met minstens 1 van de 3 eerste aanbevelingen van het EPB-certificaat van de wooneenheid, dat is afgeleverd vóór de werken;
    • u hebt een geregistreerde huurovereenkomst voor een periode van minstens 3 jaar.

*verhoogd met 5.000 euro als alle leden van het gezin jonger dan 35 jaar zijn, verhoogd met 5.000 euro per persoon ten laste vermeld op het aanslagbiljet van de personenbelasting en aanvullende belastingen (uw afrekening van de belastingen) en verhoogd met 15.000 euro als het gezin bestaat uit minstens 2 meerderjarigen of een alleenstaande met minstens 1 persoon ten laste. De som van al deze verhogingen is beperkt tot 15.000 euro. Uw jaarinkomen vindt u terug in het aanslagbiljet van de personenbelasting en aanvullende belastingen in de categorie “Gezamenlijk belastbaar inkomen”.

Voorbeeld voor een alleenstaande jonger dan 35 jaar:

U behoort tot categorie

  • I indien uw inkomen hoger is dan 80.100 euro.
  • II indien uw inkomen tussen 42.600 euro en 80.100 euro ligt.
  • III indien uw inkomen lager is dan 42.600 euro.

Voorbeeld voor een koppel met 4 personen ten laste:

U behoort tot categorie

  • I indien uw inkomen hoger is dan 90.100 euro.
  • II indien uw inkomen tussen 52.600 euro en 90.100 euro ligt.
  • III indien uw inkomen lager is dan 52.600 euro.

Welke bewijsstukken moeten worden bezorgd bij de premieaanvraag?

Categorie I

  • Er moet geen enkel bewijsstuk worden bezorgd indien u tot deze categorie behoort.

Categorie II

  • Gezinssamenstelling: bij uw aanvraag kunt u ons de toestemming geven om dit attest op te vragen bij het rijksregister of ons zelf dat attest bezorgen. U kunt dit attest verkrijgen bij uw gemeentelijke administratie. Het document moet op de datum van de premieaanvraag minder dan 3 maanden oud zijn.
  • Inkomen: voor alle meerderjarige personen van het gezin die in deze gezinssamenstelling zijn opgenomen, moet u ons een kopie van het meest recente aanslagbiljet afgeleverd door de FOD Financiën bezorgen, met vermelding van de inkomsten, al dan niet onderworpen aan de Belgische personenbelasting. Indien u voor het betrokken aanslagjaar geen belastingen diende te betalen aan de Belgische Staat, moet het aanslagbiljet worden vervangen door:
    • indien u een inkomen heeft ontvangen in het buitenland: een kopie van een buitenlands document dat gelijkwaardig is aan het aanslagbiljet;
    • indien u geen inkomen heeft in het buitenland: een officieel attest dat daarvan het bewijs levert;
    • indien u bent tewerkgesteld in een internationale organisatie: een kopie van de loonbrief.

Categorie III

  • Gezinssamenstelling (zie hierboven).
  • Inkomsten (zie hierboven).
  • U krijgt een leefloon van het OCMW: een attest van het OCMW.
  • U bent begunstigde van een verhoogde tegemoetkoming (BVT): een attest van het ziekenfonds.
  • U hebt het statuut van beschermde afnemer van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: een attest van Sibelga.
  • U hebt een huurovereenkomst afgesloten met een Sociaal Verhuurkantoor (SVK): de huurovereenkomst.
  • U verhuurt uw pand: een kopie van de geregistreerde huurovereenkomst en het EPB-certificaat van de wooneenheid.

2. Voor de professionelen (= rechtspersonen)

Categorie I : standaardcategorie

Categorie II

  • Openbare Vastgoedmaatschappijen (OVM).
  • Het Woningfonds.
  • De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) voor de panden onder beheersovereenkomst met een OVM.
  • De mede-eigenaars die voldoen aan de definitie van “rechtspersonen met als juridische vorm een vereniging van mede-eigenaars (VME) die over een ondernemingsnummer beschikken”.
  • Collectieve voorzieningen, voor alle residentiële of tertiaire gebouwen die deel uitmaken van het onroerend patrimonium van de openbare dienst, op basis van de code van bedrijfsactiviteit (Nacebel-codes). Opgelet, het adres van de werken moet overeenkomen met dat van de instelling met de Nacebel-code die in de onderstaande lijst is opgenomen.
    • Sociale activiteit zonder huisvesting voor jonge kinderen (crèches en kinderdagverblijven): Nacebel-code 8891.
    • Andere sociale activiteiten zonder huisvesting (jeugdhulp, aangepaste arbeidsonderneming, instellingen voor de opvang van mensen met een handicap): Nacebel-code 8899.
    • Jeugdhulp en algemene sociale diensten met huisvesting (kinderdagverblijven, moederhuizen): Nacebel-code 87901, 87902.
    • Onderwijs (kleuterscholen, lagere scholen, middelbare scholen, hoger onderwijs en volwasseneneducatie): Nacebel-code 851, 852, 853 (behalve 8532901), 85421, 85422, 85591, 85592, 85593.
    • Dag- en dienstencentra voor ouderen of personen met een handicap: Nacebel-code 88101, 88102, 88103, 88104.
    • Instellingen met huisvesting voor ouderen of personen met een handicap: Nacebel-code 87101, 872, 873.
    • Sportcomplexen: Nacebel-code 931.

Categorie III

  • De Sociale Verhuurkantoren (SVK) of de rechtspersonen die een huurovereenkomst met een SVK hebben afgesloten.

Welke bewijsstukken moeten worden bezorgd bij de premieaanvraag?

Categorie I = standaardcategorie

  • Er moet geen enkel bewijsstuk worden bezorgd indien u tot deze categorie behoort.

Categorie II

  • De Openbare Vastgoedmaatschappij (OVM): geen bewijs nodig.
  • Het Woningfonds: geen bewijs nodig.
  • De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) voor de panden onder beheersovereenkomst met een OVM: de beheersovereenkomst met deze OVM.
  • De mede-eigenaars die voldoen aan de definitie van “rechtspersonen met als juridische vorm een vereniging van mede-eigenaars (VME) en die over een ondernemingsnummer beschikken”: geen bewijs nodig.
  • Collectieve voorzieningen: geen bewijs nodig.

Categorie III

  • De mede-eigendommen: indien u een mede-eigenaar bent die in aanmerking komt voor categorie III volgens uw inkomen of statuut, hebt u de mogelijkheid een bijkomende premieaanvraag in te dienen naast de premie die aan uw mede-eigendom is toegekend om een bijkomend bedrag te ontvangen dat gelijk is aan het verschil tussen de berekende premie in categorie III en de premie berekend in categorie II, rekening houdend met uw evenredig aandeel. Het bedrag van deze bijkomende premie is beperkt tot 750 euro.
  • De Sociale Verhuurkantoren (SVK) of de rechtspersonen die een huurovereenkomst met een SVK hebben afgesloten: in sommige gevallen de eigendomsakte of de erfpacht voor de panden die eigendom of quasi-eigendom (erfpacht) zijn van het SVK. Volg de richtlijnen bij de indiening van uw premieaanvraag.